Deze website gebruikt cookies. Doorgaan betekent akkoord. Deze cookies worden gebruikt om de website te analyseren en te verbeteren. Klik hiernaast om ook sociale media cookies te accepteren. Cookieverklaring
Login adviseur

Risicobeheersing werkgever resulteert in productkeuze

19 dec 2018

De AFM heeft recent de adviesleidraad voor pensioenen geactualiseerd. De voorgaande 11 leidraden zijn vervallen en vervangen door een nieuwe. In de nieuwe leidraad is het accent veranderd.

Waar in de voorgaande leidraden niet of nauwelijks werd gesproken over de keuze voor een product, is dat in de nieuwe leidraad een veel prominenter onderwerp.

 De nieuwe leidraad AFM
In een advies geef je volgens de leidraad invulling aan de behoeften en risico’s die de werkgever
voor zichzelf en voor zijn werknemers wil invullen en beheersen.

 Wanneer je advies geeft over een specifiek product, dan is het van groot belang dat de werkgever
begrijpt wat de gevolgen van een keuze voor een bepaald product en een bepaalde aanbieder zijn.

 Wanneer je praat over de gevolgen van een keuze, dan is het goed om aan te geven wat de
werkgever krijgt, wanneer hij het product kiest. Maar ik denk dat het evengoed belangrijk is om
aan te geven wat hij niet krijgt wanneer hij voor een bepaald product kiest. De AFM heeft dit heel
concreet gemaakt in de nieuwe leidraad.

 De (hoogte van de) beleggingskosten, de door de werkgever gewenste mate van zekerheid op het
behalen van een gewenst pensioenkapitaal en het de mate van afdekking van het renterisico. 

Ambitie en risico
Het gaat hierbij om de ambitie ten aanzien van de hoogte van het pensioen. En hoeveel mag je in
de praktijk uiteindelijk afwijken? Welke mate van zekerheid wil de werkgever en welke vormen van
bescherming worden ingebouwd. 

Op basis van scenario analyses kun je in beeld brengen wat het te verwachten pensioen is, waarbij
de spreiding een goede indicator is voor de mate van risico. Zeker bij jongere werknemers is de
spreiding, en daarmee de mate van risico groot. Belangrijk is om het neerwaartse risico te
vergelijken met de wens van de werkgever. Hoeveel mag het pensioen in negatieve zin afwijken?

 Jan van Harten

Jan M. van Harten MPLA,
associate partner bij
&Gommer Pensions Group

Wanneer je een garantiekapitaal vergelijkt met een life cycle belegging, kom je tot de conclusie dat
het neerwaartse risico van een garantiekapitaal veel kleiner is dan bij een life cycle belegging.
Zeker voor jongere werknemers. Een belangrijke vraag daarbij is, hoe vertaal je de ambitie van de
werkgever, met de mate van afwijking, dan naar een product?

Zoals de AFM schrijft: U stelt tijdens uw analyse in uw adviesproces vast wanneer de
pensioendoelstelling van de werkgever voor zijn werknemers mogelijk niet meer wordt behaald,
daarbij rekening houdend met de staffelmogelijkheden en de verschillende gradaties van
(on)zekerheid in de verschillende beschikbare premieregelingen (een zuivere regeling of varianten
met een bepaalde vorm van garantie).

 Kies je voor een product met een garantiekapitaal, dan kan het pensioen lager worden door een
daling van de rente en een toename levensverwachting. Maar die elementen zitten ook in een
product met een life cycle belegging. Ik denk dat het belangrijkste verschil met een life cycle
belegging is, dat bij een garantiekapitaal het kapitaal niet kan wegzakken, terwijl dat bij een life
cycle belegging wel degelijk het geval is. Wanneer je kiest voor een product met een
garantiekapitaal dan bouw je in zekere zin een ‘bodem’ in.

Kies je voor een beleggingsproduct dan heb je de kans om door het plafond te gaan, maar ook de
kans om door de bodem te zakken.

 En eigenlijk resteert dan maar één vraag aan de werkgever: Is het risico dat je door de bodem
zakt acceptabel? Zo nee, dan ligt de keuze voor een garantiekapitaal voor de hand.


Tekst: Jan van Harten